Bohn Stafleu van Loghum

  • Het Informatorium voor voeding en diëtetiek is een systematisch naslagwerk met alles wat men moet weten op het gebied van voeding en diëtetiek. Dit standaardwerk voor iedere diëtist is online toegankelijk gemaakt via een geavanceerd zoeksysteem, waardoor men altijd snel en efficiënt antwoorden op vragen vindt over voeding en diëtetiek.

  • Dit boek laat zien wat het lichaam van een patiënt de psychotherapeut in klinische situaties kan vertellen. Het helpt om lichaamstaal te leren zien en te interpreteren, om beter te begrijpen wat patiënten je vertellen. Aan de hand van filosofische, intersubjectieve en neurobiologische theorieën legt het uit waar je op kunt letten, en beschrijft het specifieke lichaamsgerichte interventies. Het boek is bedoeld voor psychiaters, psychologen en psychotherapeuten, maar is ook geschikt voor de geïnteresseerde leek.

    Het lichaam in psychotherapie begint met een korte inleiding in de gedachten over lichaam en geest in de psychiatrie en de filosofie. Vervolgens behandelt het in verschillende hoofdstukken onder meer de geschiedenis van het lichaam in de psychotherapie, de functie van de beide hersenhelften, de huidgrens en de effecten van sociale aanraking. Daarna volgen hoofdstukken over neuroceptie, interoceptie en ons lichaam in relatie met anderen. De laatste hoofdstukken gaan over de klinische praktijk van het niet-ervaren lichaam, verhalen van patiënten die in verwarring zijn over hun lichaam, en de lichamelijke respons van de psychotherapeut in de somatische resonantie en de tegenoverdracht.

     

  • Dit boek biedt een praktische en volledige beschrijving van imaginaire rescripting als behandelmethode voor diverse klachten. Op overzichtelijke wijze wordt beschreven hoe de techniek toegepast kan worden in de behandeling van persoonlijkheidsproblematiek of als op zichzelf staande behandeling van angst- en stemmingsklachten. Daarnaast worden diverse specialistische toepassingsgebieden besproken zoals het gebruik van imaginaire rescripting bij nachtmerries, eetstoornissen dwangstoornis etc. Dit boek is een onmisbaar handboek voor therapeuten die deze techniek willen leren maar biedt door zijn volledigheid ook een mogelijkheid om reeds bestaande kennis en vaardigheden verder uit te breiden.

     

    Het boek beschrijft de verschillende fasen van de techniek. Beschreven wordt hoe een imaginatie-oefening kan worden gebruikt in de diagnostiekfase, hoe de therapeut beelden rescript tijdens de beginfase van de behandeling en hoe de cliënt leert zelf betekenisvolle beelden uit het verleden te herschrijven. Tenslotte wordt ook beschreven hoe imaginaire rescripting een methode kan zijn om de cliënt voor te bereiden op toekomstige triggersituaties.

     

    Iedere stap wordt toegelicht met overzichtelijke praktijkvoorbeelden. Daarnaast wordt ingegaan op diverse uitdagende situaties die clinici in de praktijk tegenkomen zoals cliënten die zeggen geen beelden te hebben, die worstelen met schuldgevoelens tijdens de rescripting, die zich kritisch uitlaten over de oefeningen en vele andere probleemsituaties.

     

    Remco van der Wijngaart is psychotherapeut en gezondheidszorgpsycholoog. Hij is meer dan 20 jaar werkzaam geweest op een academische afdeling van een ambulante geestelijke gezondheidszorginstelling waar hij opgeleid is in cognitieve gedragstherapie en schematherapie waarbij imaginaire rescripting een veelgebruikte interventie is. Momenteel is hij werkzaam in een zelfstandige praktijk voor psychotherapie. 
     

  • Dit boek biedt een overzicht van de verschillende verwerkingstechnieken bij de behandeling van psychotrauma in de ggz. Trauma en verwerkingstechnieken - Indicatiestelling bij traumabehandeling in de ggz bespreekt de  indicatiegebieden van de verschillende technieken en hun voor- en nadelen, zodat een behandelaar een meer beredeneerde keuze voor een techniek kan maken. Het uitgangspunt van de indicatiestelling is dat geen enkele verwerkingstechniek op alle punten beter is dan de andere verwerkingstechnieken.
    De inleidende hoofdstukken van Trauma en verwerkingstechnieken beschrijven hoe een goede traumabehandeling kan worden opgezet. Alle bekende evidence based en practice based behandeltechnieken worden kort benoemd. Vervolgens worden in drie afzonderlijke hoofdstukken de `grote drie' verwerkingstechnieken uitgebreid besproken: Imaginaire Exposure, EMDR en Imaginaire Rescripting. Met behulp van casuïstiek worden de specifieke toepassingen van de genoemde verwerkingstechnieken geïllustreerd. 
    Dit boek is bedoeld voor psychologen, psychiaters en andere professionals in de ggz, die mensen met traumaproblematiek behandelen. 

  • Dit handboek biedt een overzicht van diverse slaapstoornissen, de diagnostiek en behandeling daarvan en hun relatie tot de psychiatrie en gebruik van psychofarmaca. 
    Gezonde slaap is essentieel voor het functioneren van de hersenen. Slecht slapen is voorspellend voor het ontstaan van psychische klachten, voor de mate van remissie en het risico op terugval. Slaapstoornissen komen frequent voor bij vrijwel alle psychiatrische stoornissen en vormen één van de belangrijkste transdiagnostische symptomen.
    Slaapstoornissen in de psychiatrie gaat per psychiatrische aandoening uitvoerig in op de wisselwerking tussen psychiatrie en slaapstoornissen, waarbij epidemiologie, pathofysiologie en specifieke behandelmogelijkheden aan bod komen. Tot slot wordt aanvullend aandacht besteed aan zowel medicamenteuze en niet-medicamenteuze behandeling en aan enkele specifieke doelgroepen. Het boek geeft een verdiepend kader aan deze diagnose-overstijgende problemen, waarbij de theoretische achtergrond wordt geïllustreerd met praktijkvoorbeelden. 
    Dit boek is bedoeld voor clinici, zoals psychiaters, psychologen, (huis)artsen en andere specialisten in de GGZ die zich willen verdiepen in de veelvuldig gemelde slaapproblemen bij mensen met een psychiatrische aandoening.
    Het boek staat onder redactie van prof. dr. Marike Lancel, drs. Maaike van Veen en dr. Jeanine Kamphuis, allen verbonden aan het Expertisecentrum Slaap en Psychiatrie, GGZ Drenthe.

  • Dit boek helpt professionals in het sociaal domein om vorm te geven aan de digitale transitie, en om hun functie eigentijds in te vullen. Het laat zien waarom digitale technologie ook in het sociaal domein essentieel is. En legt tegelijk de vinger op de zere plek: nog lang niet overal is men daar serieus mee bezig. Het boek richt zich op studenten, professionals, leidinggevenden, bestuurders en beslissers in zorg en welzijn.Digivaardig sociaal werk, Handboek voor de digitale transitie is opgebouwd uit voorbeelden en vraagstukken uit de praktijk. Deze zijn aangedragen door professionals en organisaties uit het sociaal domein. Het boek is een wake-upcall en laat zien dat alleen digivaardige professionals mensen kunnen helpen die moeilijk meekomen in de steeds verder digitaliserende maatschappij. Het laat zien wat er al mogelijk is en al gedaan wordt, op een praktische, inzichtelijke manier.Hans Versteegh is adviseur, trainer en auteur over digitale transitie en social media in het sociaal domein. Hij heeft meer dan 25 jaar ervaring als sociaal werker en opbouwwerker. Sinds 2011 geeft hij lezingen, workshops en trainingen. Inmiddels heeft hij al duizenden collega's geïnspireerd en geholpen digitale technologie toe te passen. 

  • De zorgsector verandert en digitaliseert; de zorgverlening moet anders worden georganiseerd om ook in de toekomst betaalbaar te blijven. Er zijn nieuwe behandeltechnieken en -mogelijkheden en de rol van de patiënt wijzigt. Welke vaardigheden vraagt dit van de arts en andere zorgverleners?  Dit boek biedt een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen van de digitalisering in de zorg voor zorgprofessionals, beleidsmakers en patiënten. Het geeft handvatten om met de veranderde processen om te gaan, maar plaatst deze veranderingen ook in een perspectief.

    Het boek behandelt verschillende zorgberoepen in digitaal perspectief: de huisarts, ggz-professional, verpleegkundige, fysiotherapeut en het onderwijs. Daarnaast is er aandacht voor de randvoorwaarden van digitalisering, op het gebied van informatie-uitwisseling. Uiteraard kijken de auteurs ook naar de zorg in de nabije toekomst. Thema's als value based health care, big data en artificial intelligence worden besproken, met de nadruk op toepasbaarheid in de klinische praktijk. In het laatste deel reflecteren de auteurs op ethische dilemma's. 

    Iris Verberk-Jonkers (internist-nefroloog en CMIO van het Maasstad Ziekenhuis in Rotterdam) en Felix Kreier (kinderarts en CMIO van het OLVG in Amsterdam) zijn de redacteuren. Verschillende zorgprofessionals werkten mee aan het boek.

  • Dit boek geeft een helder overzicht van de diagnostiek en behandeling van veelvoorkomende mondslijmvliesafwijkingen. Het is bedoeld voor gebruik in de dagelijkse praktijk, maar is ook zeer geschikt als naslagwerk. Het richt zich  op een breed scala aan gezondheidsprofessionals, zoals mondhygiënisten, tandartsen, mond-, kaak- en aangezichtschirurgen, dermatologen en  keel-, neus- en oorartsen.

    Mondslijmvliesafwijkingen, handboek voor de praktijk is ingedeeld op basis van de klinische presentatie van de afwijkingen. Zo zijn  er verschillende hoofdstukken voor overwegend witte, wit-rode en rode afwijkingen. En zijn er hoofdstukken die gewijd zijn aan afwijkingen die zich voordoen op het tandvlees, de tong of de lippen. Het inleidende hoofdstuk gaat in op de vraag wanneer en hoe te verwijzen naar een meer deskundige specialist, en hoe de patiënt daarin betrokken kan worden.

    Isaäc van der Waal werd in 1979 hoogleraar in de Orale Pathologie aan de Vrije Universiteit. Van 1989 tot 2011 was hij hoofd van de afdeling Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie van het VUmc/ACTA.  Hij droeg bij aan ruim 400 wetenschappelijke publicaties en schreef verschillende leerboeken en atlassen op het gebied van mond- en kaakaandoeningen.

     


  • Artsen houden van hun vak. Het geeft veel voldoening om contact te hebben met mensenen een verschil te kunnen maken.Het is ook een moeilijk vak. Veel artsen worstelen. De werkdruk wordt steeds hoger. De eisen van overheid en verzekeraars en ook patiënten nemen toe. In combinatie met een zorgzame, hardwerkende en perfectionistische houding van de dokter leidt dit tot stress en soms zelfs burnout.Vrouwelijke artsen treft dit vaak nog wat harder, omdat zij over het algemeen meer enbeter voor anderen zorgen dan voor zichzelf.Hoe blijf je als vrouwelijke arts overeind? Hoe zorg je dat je stevig in je schoenen staat enmakkelijk terugveert in lastige situaties? Hoe houd je plezier in je werk en ben je de bestedokter die je kunt zijn? Hoe zorg je goed voor jezelf terwijl je voor anderen zorgt? Kortom;hoe ontwikkel je veerkracht?

  • Dit boek geeft therapeuten uitleg over de behandeling van jongeren met obesitas door cognitieve gedragstherapie. Het doel van de behandeling is een duurzaam gezonde leefstijl voor het hele gezin. Het protocol is geschreven als groepsbehandeling, maar kan ook individueel worden gebruikt. Het boek is bedoeld voor therapeuten, psychologen en psychiaters in en buiten de kinder- en jeugdpsychiatrie.Cognitieve gedragstherapie bij (LVB-)jongeren met obesitas (van 15 tot 23 jaar) bestaat uit twee delen. Het eerste deel is de theoretische onderbouwing van de behandeling. Dit deel bevat wetenschappelijke inzichten en pragmatische aspecten van de diagnostiek en behandeling van obesitas bij jongeren. Het tweede deel bestaat uit een praktische handleiding voor de behandeling: achttien bijeenkomsten en vier boosterbijeenkomsten, die concreet worden uitgewerkt. Daarnaast worden vier ouderbijeenkomsten beschreven. In de behandeling staan cognitieve gedragstherapie, systeemtherapie en positieve psychologie centraal. Het boek bevat ook werkvormen voor psychomotorische therapie.
    Bij de handleiding hoort het werkboek voor jongeren, Baas over obesitas. Hierin staan duidelijke uitleg, aantrekkelijke werkvormen en handige registratielijsten. Door het concrete werkboek en de opbouw van de bijeenkomsten, is het protocol ook geschikt voor jongeren met een licht verstandelijke beperking.
    Cognitieve gedragstherapie bij (LVB-)jongeren met obesitas is geschreven door Leonie van Ginkel, gezondheidszorgpsycholoog, cognitief gedragstherapeut en supervisor VGCt, en Sjoukje Adema, cognitief gedragstherapeutisch werker VGCt.

  • In dit boek wordt het protocol Slaaptraining voor jongeren uitgelegd. Het protocol is gebaseerd op cognitieve gedragstherapie (CGT) en motiverende gespreksvoering. Het boek is bedoeld voor hulpverleners die jongeren (12-19 jaar) behandelen met slaapproblemen, ook als er daarnaast sprake is van andere psychische problematiek. 
    Slaapproblemen hebben invloed op het dagelijkse functioneren en kunnen psychische problemen veroorzaken of verergeren. Daarnaast kunnen slaapproblemen een belemmering zijn voor de behandeling en het herstel van andere psychische problemen. In Slaaptraining voor jongeren op basis van CGT en motiverende gespreksvoering geven de auteurs aan dat veel jongeren graag beter zouden willen slapen, maar het toch moeilijk vinden om hun slaapgedrag aan te passen. Daarom is motiverende gespreksvoering een belangrijk onderdeel van het protocol; om hun motivatie voor verandering te onderzoeken en - waar mogelijk - te vergroten. 
    Jongeren kunnen tijdens de behandeling samen met hun hulpverlener aan de slag met het bijbehorende werkboek Mijn Slaap Plan.
    Slaaptraining voor jongeren op basis van CGT en motiverende gespreksvoering is geschreven door Marije Kuin en Bianca Boyer. Marije is GZ-psycholoog en cognitief gedragstherapeut bij Psychologenpraktijk Kuin, Bianca is GZ-psycholoog en cognitief gedragstherapeut bij Psychologenpraktijk Kuin en docent/onderzoeker bij de Universiteit van Amsterdam.

  • Dit boek biedt professionals, studenten en andere geïnteresseerden een uniek overzicht van onderzoek naar de ontwikkeling van jonge mensen van 12 tot 25 jaar.

  • Dit boek zet aan tot reflectie en gesprekken over thema's en dilemma's in de zorg. Het is geschreven voor iedereen die in de zorg wil gaan werken of al werkzaam is. 
    Cruciaal bij de ontwikkeling van professionaliteit in de zorg is reflecteren op je eigen denken, doen en laten. Dit boek wil studenten en (pas afgestudeerde) professionals hierbij helpen. Het bevat een reeks actuele betogen over (para)medische onderwerpen die helpen om antwoorden te formuleren op vragen als: Wat betekent professioneel zijn voor mij? Wat is goede zorg? Wat laat ik van mezelf zien in mijn werk? Hoe blijf ik bezield, ondanks de hoge werkdruk? Hoe werk ik goed samen met collega's? Hoe ga ik om met conflicten op de werkvloer? Wat moet ik doen als er iets fout gaat? Ook maatschappelijke onderwerpen als medicalisering, de relatie met de farmaceutische industrie, digitalisering en de groeiende invloed van medische technologie komen aan bod. De hoofdstukken zijn zeer geschikt om te gebruiken in werkgroepen, bij intervisiebijeenkomsten of op refereeravonden.
    De redactie, zelf werkzaam in het medisch onderwijs, selecteerde dertig relevante onderwerpen. De bijdragen in dit boek komen van ervaren artsen, docenten aan vele universiteiten of aanverwante opleidingen, beleidsmakers en politici.  Zo is een gevarieerd boek ontstaan dat prikkelt, uitdaagt en hier en daar provoceert. Het helpt jonge zorgverleners bij de ontwikkeling van hun persoonlijke én professionele identiteit.

  • Dit boek helpt professionals in het sociaal domein om cliënten met chronische stress beter te ondersteunen. Ook is het boek geschikt voor managers, (dienst)directeuren en voor studenten Social Work, MWD, SJD en SPH. 

    Stress-sensitief werken in het sociaal domein. Inzichten en praktische handvatten voor hulp- en dienstverleners beschrijft hoe chronische stress denken en gedrag ontregelt. In een theoretische inleiding wordt toegelicht hoe het komt dat mensen die in chronische stress leven vaker afspraken vergeten, niet vanzelfsprekend in actie komen en meer moeite hebben hun emoties en verlangens te reguleren. Er wordt uitgelegd hoe het komt dat chronische stress mensen lijkt te gijzelen in hun problematiek. Aan de hand van praktische casuïstiek wordt uitgewerkt wat deze inzichten betekenen voor de publieke hulp- en dienstverlening op terreinen als de re-integratie, jeugdhulpverlening, thuisbegeleiding, schuldhulpverlening, wijkteams en het maatschappelijk werk.Het boek laat zien wat de inzichten betekenen voor bijvoorbeeld de inrichting van ontmoetingsruimten, schriftelijke communicatie en gespreksvoering. Ook vindt u informatie over de waarde van het geven van beloningen, psycho-educatie over stress en instrumenten die cliënten kunnen helpen om (lange)termijndoelen te stellen en die doelen te bereiken. Naast beschrijvingen over de mogelijkheden om de hulp- en dienstverlening effectiever in te richten, krijgt u praktische tips om direct mee aan de slag te gaan. 

    De redactie van het boek wordt gevormd door Nadja Jungmann, lector Schulden en Incasso aan de Hogeschool Utrecht en trainer bij Social Force, Peter Wesdorp, trainer en adviseur bij WhatWorks en specialist op het terrein van de sociale zekerheid en Tamara Madern, lector Schuldpreventie en Vroegsignalering aan eveneens de Hogeschool Utrecht en zelfstandig adviseur en trainer.

  • Dit boek beschrijf de meest voorkomende peesaandoeningen van de onderste extremiteit. Van iedere aandoening wordt een voorbeeldcasus beschreven met daarbij de symptomen en belangrijkste bevindingen van het functieonderzoek. Zo wordt duidelijk hoe de aandoening is te herkennen. Als de beschreven aandoening kan worden behandeld met een oefenprogramma dan wordt deze in een apart hoofdstuk beschreven en geïllustreerd.

    (Sport)fysiotherapeuten, kinesitherapeuten, oefentherapeuten en (sport)artsen kunnen het boek `Peesaandoeningen' gebruiken om hun kennis op te frissen. Door de overzichtelijke opbouw is het boek bovendien geschikt als leerboek voor opleidingsdoeleinden.

    Dit is uitgave 30 van de serie `Orthopedische Casuïstiek'. Tweemaal per jaar verschijnt er een nieuw deel in deze serie. De serie is ook online beschikbaar op abonnementsbasis.

    Deze uitgave in de serie `Orthopedische Casuïstiek' is geschreven onder redactie van Koos van Nugteren (fysiotherapeut) en Patty Joldersma (sportfysiotherapeut en fitnesstrainer).

  • Dit uitgebreide naslagwerk belicht op een heldere, compassievolle  en hoopgevende manier alle facetten van het werken met cliënten die zichzelf verwonden. Het biedt therapeuten en andere professionals in de geestelijke gezondheidszorg actuele, op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde kennis over de verschillende vormen en oorzaken van zelfverwondend gedrag, de relatie tussen zelfverwonding en suïcidaliteit en manieren om zelfverwonding te beoordelen en te behandelen.

    Behandeling van zelfverwonding. Een praktische handleiding beschrijft een breed scala aan cognitief-gedragstherapeutische interventies en illustreert deze met gedetailleerde casussen. De auteur besteedt veel aandacht aan de noodzaak om de intensiteit van interventies aan te passen aan de unieke behoeften van elke cliënt, via een stepped care zorgmodel. Daarnaast bevat het boek tools en een link naar online formulieren die behandelaars kunnen downloaden om in hun werk te gebruiken.

    Auteur Barent Walsh is expert op het gebied van zelfverwonding. Hij is Executive Director van The Bridge of Central Massachusetts en docent bij de vakgroep Psychiatrie van de Harvard Medical School. 

  • Dit handboek laat professionals binnen de generalistische ggz zien hoe ze de zelfregie van patiënten kunnen versterken. In het boek worden wetenschap en praktijk bij elkaar gebracht voor huisartsen, praktijkondersteuners, (GZ-)psychologen, artsen, psychiaters, verpleegkundig specialisten, en hulpverleners in onder meer de eerstelijn gezondheidszorg, de generalistische basis ggz,  (algemene) ziekenhuizen en de gehandicaptenzorg. Het boek is gebaseerd op de praktijk van Indigo, een landelijke aanbieder van preventie, POH-ggz en basis ggz.

    In de generalistische ggz worden klachten primair begrepen als reactie op specifieke biologische, psychologische en sociale uitdagingen in het hier en nu van de patiënt. Kenmerkend is de focus op positieve gezondheid: niet de klachten zijn leidend, maar de oplossingen ervan. Generalistische ggz start bij de vraag wat de patiënt nodig heeft om die oplossing zelf te realiseren. Aan de hand van de oplossing van zijn huidige problemen worden de oplossingsvaardigheden van de patiënt versterkt.

    Handboek generalistische ggz werkt de generalistische werkwijze voor het eerst systematisch en consequent uit voor ggz-problemen. Allereerst wordt de generalistische werkwijze uitgelegd en vergeleken met de specialistische ggz. Vervolgens wordt de werkwijze in detail beschreven in hoofdstukken over diagnostiek, indicatiestelling, interventies en evaluatie. De auteurs geven veel voorbeelden uit hun eigen praktijk. Hiermee wordt duidelijk hoe zelfregie van de patiënt kan worden versterkt én hoe psychologische theorieën en psychotherapeutische referentiekaders en technieken hierbij gebruikt kunnen worden.

    Handboek generalistische ggz - Werken aan zelfregie: een bijzonder specialisme is geschreven door Giel Hutschemaekers, hoogleraar geestelijke gezondheidszorg aan de Radboud Universiteit en onder meer hoofd zorgprogramma GBGGZ Indigo-Pro Persona, Mirjam Nekkers, gz-psycholoog-gedragstherapeut werkzaam in de basis ggz, hoofdopleider bij Indigo en docent bij RINO, en Bea Tiemens, hoogleraar Evidence based practice in mental healt care aan de Radboud Universiteit, leider onderzoeksprogramma Indigo  en senior onderzoeker bij Pro Persona.

     

  • Dit boek helpt zorgprofessionals om bewoners van instellingen voor ouderenzorg te benaderen als groep. Het is daarmee een aanvulling op de gangbare opleidingen, benaderwijzen en werkwijzen, die veelal uitgaan van het individu. Het boek richt zich primair op verzorgenden, verpleegkundigen en gedragsdeskundigen. 

     

  • Behandelaren in de GGZ worden in toenemende mate geconfronteerd met mensen met antisociale problematiek. Dit praktijkboek geeft handvatten voor de behandeling van mensen met antisociaal gedrag voortkomend uit persoonlijkheidsproblematiek. De handvatten zijn gebaseerd op wetenschappelijke kennis en best practices. Het boek is bedoeld voor psychologen, psychiaters, maatschappelijk werkenden en (sociaalpsychiatrisch) verpleegkundigen werkzaam binnen de reguliere en forensische GGZ.  

    Praktijkboek antisociaal gedrag en persoonlijkheidsproblematiek laat aan de hand van praktijkvoorbeelden zien hoe de behandelaar kan omgaan met specifieke behandelsituaties en hulpvragen als agressie, middelengebruik en suïcidaliteit. Daarnaast beschrijft het boek methodes om cliënten en hun sociale omgeving te helpen het antisociale gedrag te veranderen of er beter mee om te gaan. Ook wordt er aandacht besteed aan de emoties die deze cliënten oproepen bij behandelaren en aan de vraag hoe behandelaren hier effectief mee om kunnen gaan.  
    Het eerste deel beschrijft argumenten voor en tegen het behandelen van mensen met antisociaal gedrag of antisociale persoonlijkheidsproblematiek. Daarna worden de mogelijkheden van het doen van diagnostiek en risicotaxatie binnen de reguliere GGZ beschreven en wordt stilgestaan bij het belang van de therapeutische relatie. Vervolgens worden theorieën en technieken beschreven om de doelgroep te motiveren voor behandeling.  
    In het tweede deel staan de meer specifieke problematieken van de doelgroep centraal, zoals het voorkomen en behandelen van agressie, omgaan met verslavingsproblematiek en suïcidaliteit. Het derde deel beschrijft specifieke behandelmethodieken, waaronder Dialectische gedragstherapie, de forensische variant van Schemagerichte therapie, Farmacotherapie, Systeemtherapie en een meer outreachende benadering. 
    Praktijkboek antisociaal gedrag en persoonlijkheidsproblematiek is geschreven onder redactie van Dr. Madeleine Rijckmans, Dr. Arno van Dam en Dr. Wies van den Bosch. Zij werken alle drie als behandelaar in de klinische (forensische) praktijk en doen wetenschappelijk onderzoek. Ook zijn ze lid van het internationaal Podium Antisociaal Gedrag van waaruit ze proberen de behandelpraktijk voor deze doelgroep te verbeteren. 

  • Het Informatorium voor voeding en diëtetiek is een systematisch naslagwerk met alles wat men moet weten op het gebied van voeding en diëtetiek. Dit standaardwerk voor iedere diëtist is online toegankelijk gemaakt via een geavanceerd zoeksysteem, waardoor men altijd snel en efficiënt antwoorden op vragen vindt over voeding en diëtetiek.

  • Dit boek is een handleiding voor ouder-kindpsychotherapie (CPP, child-parent psychotherapy). Het richt zich op thera­peuten die jonge tot zeer jonge kinderen (0 tot 5 jaar) behandelen die geweld of een andere traumatische gebeurtenis hebben meegemaakt. Het boek geeft theoretische achtergronden vanuit de psychoanalyse, de hechtingstheorie en de ontwikkelings­pathologie. Ook geeft het voorbeelden van toe te passen interventies.

    Blijf van mijn mama af! laat zien dat ouder-kindpsychotherapie een waarde­volle behandelvorm is voor jonge kinderen die getuige of slachtoffer zijn (geweest) van huiselijk geweld. De therapie kan ook worden toegepast bij andere vormen van trauma zoals emotionele, lichamelijke en seksuele mishandeling, blootstelling aan geweld, ernstige verwondingen, pijnlijke ziektes en medische behandelingen. De beschreven therapie is evidencebased en nadrukkelijk gericht op de relatie met de ouders of verzorgers van het kind. Hierbij is veel aandacht voor veiligheid en vertrouwen tegenover gevaar en angst.

    Van alle interventies worden voorbeelden gegeven aan de hand van vijf uitgebreide casussen en in de vorm van vele kortere vignetten.

    Deze, uit het Engels vertaalde, uitgave is een tweede, herziene druk van Don't hit my mommy!, oorspronkelijk uitgegeven door ZERO TO THREE: National Center for Infants, Toddlers and Families in 2015.

    `Dit klassieke werk is gebaseerd op tientallen jaren ervaring van de auteurs als therapeut en opleider. De toepassing van ouder-kindpsychotherapie (CPP) is sinds verschijning van het oorspronkelijke boek aanzienlijk uitgebreid, met name voor gezinnen die te maken hebben met geweld, op basis van een indrukwekkende hoeveelheid wetenschappelijk bewijs en steeds meer trainers. Naast een rijke hoeveelheid andere hulpmiddelen biedt het boek vele gedetailleerde, fijngevoelige en helder geschreven voorbeeldcasussen die laten zien hoe je ouders en jonge kinderen kunt bijstaan bij het genezen van trauma's. Ik raad u aan het te lezen, en te herlezen.'

    - Charles H. Zeanah jr., MD, Institute of Infant and Early Childhood Mental Health, Tulane University

  • Dit handboek laat zien waarom de methode Welzijn op Recept essentieel is om de beste zorg te leveren. Bovendien biedt het handvatten om er meteen mee aan de slag te gaan. Het is geschreven voor alle professionals in de eerstelijnszorg en het welzijnswerk, en van de gemeente of de zorgverzekeraar.

  • Dit boek leert zorgprofessionals die werken met ouderen, om psychiatrische en psychische aandoeningen bij hun cliënten te herkennen en signaleren. Zij kunnen dankzij dit boek vroege adequate behandeling mogelijk maken.
    Dit boek koppelt praktijkvoorbeelden aan de beschreven aandoeningen bij ouderen. 
    Professionals die werken met ouderen, zoals verzorgenden, (wijk)verpleegkundigen, POH's en casemanagers.

  • "In dit boek komen de diverse aspecten van RLS aan de orde. Wat is de oorzaak, hoe stel je de diagnose, hoe vaak en bij wie komt het voor, kan RLS behandeld of genezen worden, wat kun je in eerste instantie zelf doen, wat betekent het voor je omgeving? Duidelijk is dat RLS niet alleen het leven van de patiënt zelf ingrijpend kan verstoren, maar ook dat van de naaste omgeving. Het boek biedt dan ook handvatten om de kwaliteit van leven te verbeteren."

    Naast het informeren van patiënten over RLS is dit boek ook geschreven om behandelaars en begeleiders informatie te bieden waarmee zij hun behandeling en benadering van de patiënt kunnen optimaliseren.

empty