• Moby Dick

    Herman Melville

    Ismaël est attiré par la mer et le grand large. Il décide alors de partir à la chasse à la baleine et embarque sur le Pequod, un baleinier commandé par le capitaine Achab. Mais Ismaël s'aperçoit que le bateau ne chasse pas uniquement pour alimenter le marché de la baleine. Achab est à la recherche de Moby Dick, un cachalot blanc d'une taille impressionnante et particulièrement féroce qui par le passé lui a arraché une jambe. Achab emmène son équipage dans un périple autour du monde à la poursuite du cachalot dont il a juré de se venger. Le Pequod finira par sombrer au large des îles Gilbert en laissant Ismaël seul survivant, flottant sur un cercueil...

  • Dit boek biedt een vrijwel compleet overzicht van de actuele kennis op het gebied van bekkeninstabiliteit: rug- en bekkenklachten die tijdens de zwangerschap of de bevalling kunnen ontstaan. In heldere bewoordingen lees je: wat bekkeninstabiliteit precies is, waardoor je het kunt krijgen, welke klachten zich hierbij voordoen, wat je er zelf aan kunt doen (handigheidjes en hulpmiddelen), wanneer het verstandig is om naar een deskundige te gaan.Daarnaast schenkt dit boek aandacht aan oefentherapieën en alternatieve geneeswijzen. Maar ook niet-medische aspecten, zoals arbeidsongeschiktheid en de wet- en regelgeving, komen aan de orde. Het boek wordt afgesloten met een overzicht van vaak gestelde vragen, een woordenlijst en websites die je kunt raadplegen als je meer specifieke informatie wilt.

  • Dit boek richt zich op de behandeling van ernstig getraumatiseerde mensen, zoals oorlogsgetroffenen, vluchtelingen en asielzoekers, veteranen, mensen met ernstige beroepsgerelateerde traumatisering (zoals brandweerpersoneel, politiepersoneel, treinpersoneel) en personen met problematiek ten gevolge van vroegkinderlijke traumatisering. Voor het eerst wordt de toepassing van concrete behandelmethoden voor complex trauma beschreven. De auteurs passen daarbij CGT-methodieken toe. Het driefasenmodel (stabilisatie, verwerking, integratie) dient als aanknopingspunt. De specifieke kenmerken en behoeften van verschillende cliëntengroepen waarbij complex trauma voorkomt, komen aan bod. Ten slote beschrijven de auteurs de gevolgen van het werken met complex trauma voor de behandelaar.

  • Voor het stellen van een juiste diagnose is een goede differentiële diagnose gebaseerd op anamnestische gegevens en bevindingen bij lichamelijk onderzoek essentieel. Daarbij is een consequente en systematische benadering noodzakelijk. Dit boek heeft zich vanaf de eerste druk, nu twintig jaar geleden, bewezen als een waardevol hulpmiddel bij dit proces.In deze herziene editie komen opnieuw alle aspecten van de interne geneeskunde aan bod. Veel hoofdstukken zijn herschreven door nieuwe auteurs. Nieuw is dat aan de lever een apart hoofdstuk is gewijd; hetzelfde geldt voor somatisch onverklaarde klachten. Zoveel als mogelijk is gebruik gemaakt van recente richtlijnen en standaarden.In eerdere edities werden het handboek en het compendium apart uitgegeven. In deze vijfde herziene editie is ervoor gekozen tabellen en figuren alleen in het compendium aan te bieden en niet meer in het handboek op te nemen. Zo zijn de beide boeken slechts tezamen te gebruiken en complementair aan elkaar.Differentiële diagnostiek in de interne geneeskunde is bedoeld voor huisartsen, internisten, studenten die co-assistentschappen lopen en voor arts-assistenten in opleiding tot internist of een aanverwant specialisme.

  • Dit boek laat zien wat het lichaam van een patiënt de psychotherapeut in klinische situaties kan vertellen. Het helpt om lichaamstaal te leren zien en te interpreteren, om beter te begrijpen wat patiënten je vertellen. Aan de hand van filosofische, intersubjectieve en neurobiologische theorieën legt het uit waar je op kunt letten, en beschrijft het specifieke lichaamsgerichte interventies. Het boek is bedoeld voor psychiaters, psychologen en psychotherapeuten, maar is ook geschikt voor de geïnteresseerde leek.

    Het lichaam in psychotherapie begint met een korte inleiding in de gedachten over lichaam en geest in de psychiatrie en de filosofie. Vervolgens behandelt het in verschillende hoofdstukken onder meer de geschiedenis van het lichaam in de psychotherapie, de functie van de beide hersenhelften, de huidgrens en de effecten van sociale aanraking. Daarna volgen hoofdstukken over neuroceptie, interoceptie en ons lichaam in relatie met anderen. De laatste hoofdstukken gaan over de klinische praktijk van het niet-ervaren lichaam, verhalen van patiënten die in verwarring zijn over hun lichaam, en de lichamelijke respons van de psychotherapeut in de somatische resonantie en de tegenoverdracht.

     

  • Dit handboek biedt een overzicht van diverse slaapstoornissen, de diagnostiek en behandeling daarvan en hun relatie tot de psychiatrie en gebruik van psychofarmaca. 
    Gezonde slaap is essentieel voor het functioneren van de hersenen. Slecht slapen is voorspellend voor het ontstaan van psychische klachten, voor de mate van remissie en het risico op terugval. Slaapstoornissen komen frequent voor bij vrijwel alle psychiatrische stoornissen en vormen één van de belangrijkste transdiagnostische symptomen.
    Slaapstoornissen in de psychiatrie gaat per psychiatrische aandoening uitvoerig in op de wisselwerking tussen psychiatrie en slaapstoornissen, waarbij epidemiologie, pathofysiologie en specifieke behandelmogelijkheden aan bod komen. Tot slot wordt aanvullend aandacht besteed aan zowel medicamenteuze en niet-medicamenteuze behandeling en aan enkele specifieke doelgroepen. Het boek geeft een verdiepend kader aan deze diagnose-overstijgende problemen, waarbij de theoretische achtergrond wordt geïllustreerd met praktijkvoorbeelden. 
    Dit boek is bedoeld voor clinici, zoals psychiaters, psychologen, (huis)artsen en andere specialisten in de GGZ die zich willen verdiepen in de veelvuldig gemelde slaapproblemen bij mensen met een psychiatrische aandoening.
    Het boek staat onder redactie van prof. dr. Marike Lancel, drs. Maaike van Veen en dr. Jeanine Kamphuis, allen verbonden aan het Expertisecentrum Slaap en Psychiatrie, GGZ Drenthe.

  • Dit boek biedt een praktische en volledige beschrijving van imaginaire rescripting als behandelmethode voor diverse klachten. Op overzichtelijke wijze wordt beschreven hoe de techniek toegepast kan worden in de behandeling van persoonlijkheidsproblematiek of als op zichzelf staande behandeling van angst- en stemmingsklachten. Daarnaast worden diverse specialistische toepassingsgebieden besproken zoals het gebruik van imaginaire rescripting bij nachtmerries, eetstoornissen dwangstoornis etc. Dit boek is een onmisbaar handboek voor therapeuten die deze techniek willen leren maar biedt door zijn volledigheid ook een mogelijkheid om reeds bestaande kennis en vaardigheden verder uit te breiden.

     

    Het boek beschrijft de verschillende fasen van de techniek. Beschreven wordt hoe een imaginatie-oefening kan worden gebruikt in de diagnostiekfase, hoe de therapeut beelden rescript tijdens de beginfase van de behandeling en hoe de cliënt leert zelf betekenisvolle beelden uit het verleden te herschrijven. Tenslotte wordt ook beschreven hoe imaginaire rescripting een methode kan zijn om de cliënt voor te bereiden op toekomstige triggersituaties.

     

    Iedere stap wordt toegelicht met overzichtelijke praktijkvoorbeelden. Daarnaast wordt ingegaan op diverse uitdagende situaties die clinici in de praktijk tegenkomen zoals cliënten die zeggen geen beelden te hebben, die worstelen met schuldgevoelens tijdens de rescripting, die zich kritisch uitlaten over de oefeningen en vele andere probleemsituaties.

     

    Remco van der Wijngaart is psychotherapeut en gezondheidszorgpsycholoog. Hij is meer dan 20 jaar werkzaam geweest op een academische afdeling van een ambulante geestelijke gezondheidszorginstelling waar hij opgeleid is in cognitieve gedragstherapie en schematherapie waarbij imaginaire rescripting een veelgebruikte interventie is. Momenteel is hij werkzaam in een zelfstandige praktijk voor psychotherapie. 
     

  • Artsen houden van hun vak. Het geeft veel voldoening om contact te hebben met mensenen een verschil te kunnen maken.Het is ook een moeilijk vak. Veel artsen worstelen. De werkdruk wordt steeds hoger. De eisen van overheid en verzekeraars en ook patiënten nemen toe. In combinatie met een zorgzame, hardwerkende en perfectionistische houding van de dokter leidt dit tot stress en soms zelfs burnout.Vrouwelijke artsen treft dit vaak nog wat harder, omdat zij over het algemeen meer enbeter voor anderen zorgen dan voor zichzelf.Hoe blijf je als vrouwelijke arts overeind? Hoe zorg je dat je stevig in je schoenen staat enmakkelijk terugveert in lastige situaties? Hoe houd je plezier in je werk en ben je de bestedokter die je kunt zijn? Hoe zorg je goed voor jezelf terwijl je voor anderen zorgt? Kortom;hoe ontwikkel je veerkracht?

  • Dit boek geeft therapeuten uitleg over de behandeling van jongeren met obesitas door cognitieve gedragstherapie. Het doel van de behandeling is een duurzaam gezonde leefstijl voor het hele gezin. Het protocol is geschreven als groepsbehandeling, maar kan ook individueel worden gebruikt. Het boek is bedoeld voor therapeuten, psychologen en psychiaters in en buiten de kinder- en jeugdpsychiatrie.Cognitieve gedragstherapie bij (LVB-)jongeren met obesitas (van 15 tot 23 jaar) bestaat uit twee delen. Het eerste deel is de theoretische onderbouwing van de behandeling. Dit deel bevat wetenschappelijke inzichten en pragmatische aspecten van de diagnostiek en behandeling van obesitas bij jongeren. Het tweede deel bestaat uit een praktische handleiding voor de behandeling: achttien bijeenkomsten en vier boosterbijeenkomsten, die concreet worden uitgewerkt. Daarnaast worden vier ouderbijeenkomsten beschreven. In de behandeling staan cognitieve gedragstherapie, systeemtherapie en positieve psychologie centraal. Het boek bevat ook werkvormen voor psychomotorische therapie.
    Bij de handleiding hoort het werkboek voor jongeren, Baas over obesitas. Hierin staan duidelijke uitleg, aantrekkelijke werkvormen en handige registratielijsten. Door het concrete werkboek en de opbouw van de bijeenkomsten, is het protocol ook geschikt voor jongeren met een licht verstandelijke beperking.
    Cognitieve gedragstherapie bij (LVB-)jongeren met obesitas is geschreven door Leonie van Ginkel, gezondheidszorgpsycholoog, cognitief gedragstherapeut en supervisor VGCt, en Sjoukje Adema, cognitief gedragstherapeutisch werker VGCt.

  • In dit boek wordt het protocol Slaaptraining voor jongeren uitgelegd. Het protocol is gebaseerd op cognitieve gedragstherapie (CGT) en motiverende gespreksvoering. Het boek is bedoeld voor hulpverleners die jongeren (12-19 jaar) behandelen met slaapproblemen, ook als er daarnaast sprake is van andere psychische problematiek. 
    Slaapproblemen hebben invloed op het dagelijkse functioneren en kunnen psychische problemen veroorzaken of verergeren. Daarnaast kunnen slaapproblemen een belemmering zijn voor de behandeling en het herstel van andere psychische problemen. In Slaaptraining voor jongeren op basis van CGT en motiverende gespreksvoering geven de auteurs aan dat veel jongeren graag beter zouden willen slapen, maar het toch moeilijk vinden om hun slaapgedrag aan te passen. Daarom is motiverende gespreksvoering een belangrijk onderdeel van het protocol; om hun motivatie voor verandering te onderzoeken en - waar mogelijk - te vergroten. 
    Jongeren kunnen tijdens de behandeling samen met hun hulpverlener aan de slag met het bijbehorende werkboek Mijn Slaap Plan.
    Slaaptraining voor jongeren op basis van CGT en motiverende gespreksvoering is geschreven door Marije Kuin en Bianca Boyer. Marije is GZ-psycholoog en cognitief gedragstherapeut bij Psychologenpraktijk Kuin, Bianca is GZ-psycholoog en cognitief gedragstherapeut bij Psychologenpraktijk Kuin en docent/onderzoeker bij de Universiteit van Amsterdam.

  • Dit boek zet aan tot reflectie en gesprekken over thema's en dilemma's in de zorg. Het is geschreven voor iedereen die in de zorg wil gaan werken of al werkzaam is. 
    Cruciaal bij de ontwikkeling van professionaliteit in de zorg is reflecteren op je eigen denken, doen en laten. Dit boek wil studenten en (pas afgestudeerde) professionals hierbij helpen. Het bevat een reeks actuele betogen over (para)medische onderwerpen die helpen om antwoorden te formuleren op vragen als: Wat betekent professioneel zijn voor mij? Wat is goede zorg? Wat laat ik van mezelf zien in mijn werk? Hoe blijf ik bezield, ondanks de hoge werkdruk? Hoe werk ik goed samen met collega's? Hoe ga ik om met conflicten op de werkvloer? Wat moet ik doen als er iets fout gaat? Ook maatschappelijke onderwerpen als medicalisering, de relatie met de farmaceutische industrie, digitalisering en de groeiende invloed van medische technologie komen aan bod. De hoofdstukken zijn zeer geschikt om te gebruiken in werkgroepen, bij intervisiebijeenkomsten of op refereeravonden.
    De redactie, zelf werkzaam in het medisch onderwijs, selecteerde dertig relevante onderwerpen. De bijdragen in dit boek komen van ervaren artsen, docenten aan vele universiteiten of aanverwante opleidingen, beleidsmakers en politici.  Zo is een gevarieerd boek ontstaan dat prikkelt, uitdaagt en hier en daar provoceert. Het helpt jonge zorgverleners bij de ontwikkeling van hun persoonlijke én professionele identiteit.

  • Dit uitgebreide naslagwerk belicht op een heldere, compassievolle  en hoopgevende manier alle facetten van het werken met cliënten die zichzelf verwonden. Het biedt therapeuten en andere professionals in de geestelijke gezondheidszorg actuele, op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde kennis over de verschillende vormen en oorzaken van zelfverwondend gedrag, de relatie tussen zelfverwonding en suïcidaliteit en manieren om zelfverwonding te beoordelen en te behandelen.

    Behandeling van zelfverwonding. Een praktische handleiding beschrijft een breed scala aan cognitief-gedragstherapeutische interventies en illustreert deze met gedetailleerde casussen. De auteur besteedt veel aandacht aan de noodzaak om de intensiteit van interventies aan te passen aan de unieke behoeften van elke cliënt, via een stepped care zorgmodel. Daarnaast bevat het boek tools en een link naar online formulieren die behandelaars kunnen downloaden om in hun werk te gebruiken.

    Auteur Barent Walsh is expert op het gebied van zelfverwonding. Hij is Executive Director van The Bridge of Central Massachusetts en docent bij de vakgroep Psychiatrie van de Harvard Medical School. 

  • Dit handboek laat professionals binnen de generalistische ggz zien hoe ze de zelfregie van patiënten kunnen versterken. In het boek worden wetenschap en praktijk bij elkaar gebracht voor huisartsen, praktijkondersteuners, (GZ-)psychologen, artsen, psychiaters, verpleegkundig specialisten, en hulpverleners in onder meer de eerstelijn gezondheidszorg, de generalistische basis ggz,  (algemene) ziekenhuizen en de gehandicaptenzorg. Het boek is gebaseerd op de praktijk van Indigo, een landelijke aanbieder van preventie, POH-ggz en basis ggz.

    In de generalistische ggz worden klachten primair begrepen als reactie op specifieke biologische, psychologische en sociale uitdagingen in het hier en nu van de patiënt. Kenmerkend is de focus op positieve gezondheid: niet de klachten zijn leidend, maar de oplossingen ervan. Generalistische ggz start bij de vraag wat de patiënt nodig heeft om die oplossing zelf te realiseren. Aan de hand van de oplossing van zijn huidige problemen worden de oplossingsvaardigheden van de patiënt versterkt.

    Handboek generalistische ggz werkt de generalistische werkwijze voor het eerst systematisch en consequent uit voor ggz-problemen. Allereerst wordt de generalistische werkwijze uitgelegd en vergeleken met de specialistische ggz. Vervolgens wordt de werkwijze in detail beschreven in hoofdstukken over diagnostiek, indicatiestelling, interventies en evaluatie. De auteurs geven veel voorbeelden uit hun eigen praktijk. Hiermee wordt duidelijk hoe zelfregie van de patiënt kan worden versterkt én hoe psychologische theorieën en psychotherapeutische referentiekaders en technieken hierbij gebruikt kunnen worden.

    Handboek generalistische ggz - Werken aan zelfregie: een bijzonder specialisme is geschreven door Giel Hutschemaekers, hoogleraar geestelijke gezondheidszorg aan de Radboud Universiteit en onder meer hoofd zorgprogramma GBGGZ Indigo-Pro Persona, Mirjam Nekkers, gz-psycholoog-gedragstherapeut werkzaam in de basis ggz, hoofdopleider bij Indigo en docent bij RINO, en Bea Tiemens, hoogleraar Evidence based practice in mental healt care aan de Radboud Universiteit, leider onderzoeksprogramma Indigo  en senior onderzoeker bij Pro Persona.

     

  • Behandelaren in de GGZ worden in toenemende mate geconfronteerd met mensen met antisociale problematiek. Dit praktijkboek geeft handvatten voor de behandeling van mensen met antisociaal gedrag voortkomend uit persoonlijkheidsproblematiek. De handvatten zijn gebaseerd op wetenschappelijke kennis en best practices. Het boek is bedoeld voor psychologen, psychiaters, maatschappelijk werkenden en (sociaalpsychiatrisch) verpleegkundigen werkzaam binnen de reguliere en forensische GGZ.  

    Praktijkboek antisociaal gedrag en persoonlijkheidsproblematiek laat aan de hand van praktijkvoorbeelden zien hoe de behandelaar kan omgaan met specifieke behandelsituaties en hulpvragen als agressie, middelengebruik en suïcidaliteit. Daarnaast beschrijft het boek methodes om cliënten en hun sociale omgeving te helpen het antisociale gedrag te veranderen of er beter mee om te gaan. Ook wordt er aandacht besteed aan de emoties die deze cliënten oproepen bij behandelaren en aan de vraag hoe behandelaren hier effectief mee om kunnen gaan.  
    Het eerste deel beschrijft argumenten voor en tegen het behandelen van mensen met antisociaal gedrag of antisociale persoonlijkheidsproblematiek. Daarna worden de mogelijkheden van het doen van diagnostiek en risicotaxatie binnen de reguliere GGZ beschreven en wordt stilgestaan bij het belang van de therapeutische relatie. Vervolgens worden theorieën en technieken beschreven om de doelgroep te motiveren voor behandeling.  
    In het tweede deel staan de meer specifieke problematieken van de doelgroep centraal, zoals het voorkomen en behandelen van agressie, omgaan met verslavingsproblematiek en suïcidaliteit. Het derde deel beschrijft specifieke behandelmethodieken, waaronder Dialectische gedragstherapie, de forensische variant van Schemagerichte therapie, Farmacotherapie, Systeemtherapie en een meer outreachende benadering. 
    Praktijkboek antisociaal gedrag en persoonlijkheidsproblematiek is geschreven onder redactie van Dr. Madeleine Rijckmans, Dr. Arno van Dam en Dr. Wies van den Bosch. Zij werken alle drie als behandelaar in de klinische (forensische) praktijk en doen wetenschappelijk onderzoek. Ook zijn ze lid van het internationaal Podium Antisociaal Gedrag van waaruit ze proberen de behandelpraktijk voor deze doelgroep te verbeteren. 

  • Het Informatorium voor voeding en diëtetiek is een systematisch naslagwerk met alles wat men moet weten op het gebied van voeding en diëtetiek. Dit standaardwerk voor iedere diëtist is online toegankelijk gemaakt via een geavanceerd zoeksysteem, waardoor men altijd snel en efficiënt antwoorden op vragen vindt over voeding en diëtetiek.

  • "In dit boek komen de diverse aspecten van RLS aan de orde. Wat is de oorzaak, hoe stel je de diagnose, hoe vaak en bij wie komt het voor, kan RLS behandeld of genezen worden, wat kun je in eerste instantie zelf doen, wat betekent het voor je omgeving? Duidelijk is dat RLS niet alleen het leven van de patiënt zelf ingrijpend kan verstoren, maar ook dat van de naaste omgeving. Het boek biedt dan ook handvatten om de kwaliteit van leven te verbeteren."

    Naast het informeren van patiënten over RLS is dit boek ook geschreven om behandelaars en begeleiders informatie te bieden waarmee zij hun behandeling en benadering van de patiënt kunnen optimaliseren.

  • Het Informatorium voor voeding en diëtetiek is een systematisch naslagwerk met alles wat men moet weten op het gebied van voeding en diëtetiek. Dit standaardwerk voor iedere diëtist is online toegankelijk gemaakt via een geavanceerd zoeksysteem, waardoor men altijd snel en efficiënt antwoorden op vragen vindt over voeding en diëtetiek.

  • Dit boek helpt huisartsen bij de diagnostiek en behandeling van 35 veelvoorkomende urologische en gynaecologisch klachten. Het is het eerste leerboek over dit onderwerp dat zich specifiek richt op professionals in de eerstelijnszorg. Tevens is het geschikt voor andere zorgprofessionals. 
    Urogynaecologie verbreedt en verdiept klachten en ziektebeelden, besteedt aandacht aan nieuwe thema's en ontwikkelingen, en biedt praktische handvatten. Het richt zich op zorg in de eerste lijn. Ook vervolgbehandelingen in de tweede lijn komen in diverse hoofdstukken aan bod.  
    In het eerste deel van het boek leest u over algemene urogynaecologische thema's als embryologie, anatomie, hormonale (patho)fysiologie bij man en vrouw, seksuele problemen, en aanvullend echo-onderzoek. Het tweede deel richt zich op specifieke klachten en ziektebeelden, zoals menstruatieklachten, subfertiliteit, preconceptiezorg, LUTS, en klachten over de uitwendige genitalia van vrouwen én mannen. In het derde deel komen aandachtsgebieden als genderincongruentie, vrouwenbesnijdenis, seksueel misbruik en urogenitale traumata aan bod. 
    Ongeveer twintig auteurs schreven mee aan Urogynaecologie. De redactie was in handen van Toine Lagro-Janssen, hoogleraar Vrouwenstudies Medische Wetenschappen en kaderhuisarts urogynaecologie np, en Doreth Teunissen, huisarts en kaderhuisarts urogynaecologie.
    Urogynaecologie verschijnt in de reeks Praktische huisartsgeneeskunde. In deze reeks verschijnen uitgaven met praktische en klachtgerichte informatie over de verschillende deelgebieden in de huisartsgeneeskunde.

  • Het Informatorium voor voeding en diëtetiek is een systematisch naslagwerk met alles wat men moet weten op het gebied van voeding en diëtetiek. Dit standaardwerk voor iedere diëtist is online toegankelijk gemaakt via een geavanceerd zoeksysteem, waardoor men altijd snel en efficiënt antwoorden op vragen vindt over voeding en diëtetiek.

  • Tussen hoop en vrees is een aangrijpend verhaal over de laatste levensfase van kankerpatiënten. In Nederland sterven per jaar 40.000 mensen aan kanker. In dit boek wordt beschreven wat zij meemaken.Anne-Mei The liep vijf jaar mee op een afdeling longoncologie in een academisch ziekenhuis en volgde patiënten vanaf het moment waarop ze te horen kregen ongeneeslijk ziek te zijn tot hun overlijden. Zij maakt ons deelgenoot van de gesprekken tussen arts en patiënt. Het besluit om te worden behandeld. De hoop op genezing. Hoe patiënten en dierbaren elkaar ontzien. Het contact tussen medepatiënten. En het voorbereiden op het nabije levenseinde.De rode draad door het boek is in hoeverre artsen patiënten de medische waarheid wel of niet moeten zeggen: een vraag die ons allen aangaat.Tussen hoop en vrees is de publieksuitgave van The's proefschrift.

  • Dit boek bevat de resultaten en kennis van zes jaar onderzoek door het lectoraat Armoede Interventies van de Hogeschool van Amsterdam. Het geeft antwoord op de vragen: hoe motiveer je mensen om hun gedrag onder de loep te nemen en te veranderen? En: hoe sluit je zo goed mogelijk aan bij de vaardigheden en wensen van de klant? Het boek richt zich op professionals en beleidsmedewerkers op de terreinen van Armoede en Schulden, zoals schuldhulpverlening en maatschappelijk werk. Daarnaast is het bestemd voor studenten van de opleidingen Sociaal Juridische Dienstverlening, Sociaal Pedagogisch Werk, Maatschappelijk werk en Dienstverlening en Toegepaste Psychologie.

    Hulp bij armoede: Bouwstenen effectief armoedebeleid en schuldhulpverlening geeft de actuele stand van zaken rondom het onderwerp. Gezien vanuit de wetenschap, de beroepspraktijk en de innovatie. In de praktijk krijgen social professionals uiteenlopende vragen over schulden en financiën. Daarnaast zien zij mensen die hun financiële situatie en vaardigheden niet problematiseren, terwijl daar vanuit professioneel oogpunt wel reden voor is. U leest - aan de hand van voorbeelden uit de praktijk - welke  bouwstenen die social professionals kunnen gebruiken om gezond financieel gedrag te bevorderen en armoede en schulden terug te dringen. Het boek illustreert hoe interventies opgezet kunnen worden, waaraan ze zouden moeten voldoen en welke resultaten daarmee geboekt worden.

    Hulp bij armoede is opgebouwd uit verschillende artikelen. Elk artikel wordt ingeleid met een casus, zodat de lezer weet om wat voor soort klant het gaat en hoe de theorie aansluit bij de dagelijkse praktijk.

    Verschillende auteurs werkten mee aan deze bundel. De hoofdredactie van Hulp bij armoede bestaat uit Roeland van Geuns, sinds 2012 werkzaam als lector Armoede Interventies en daarnaast als zelfstandig adviseur, Lisette Desain als senior-onderzoeker verbonden aan het lectoraat Armoede Interventies en  Rianne van der Weijden als docent verbonden aan de opleiding Sociaal Juridische Dienstverlening en als docent-onderzoeker aan het lectoraat Armoede Interventies.

     

  • In deze uitgave wordt een actueel overzicht geboden van de kennis en inzichten met betrekking tot het vrouwenhart. Sinds het verschijnen van de eerste editie is meer kennis verworven en is meer bekend over de vrouwspecifieke risicofactoren bij hart- en vaatziekten en over de pathofysiologie.
    Hart- en vaatziekten zijn de belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen in de Westerse wereld. Er overlijden heden ten dagen meer vrouwen dan mannen aan de gevolgen van hart- en vaatziekten. De verschillen tussen mannen en vrouwen spelen een belangrijke rol in het hele palet van klachten tot diagnostiek, van pathofysiologie tot behandeling. Het proces van atherosclerose verloopt bij vrouwen vaak anders. Bij mannen is er meestal sprake van obstructief coronairlijden met een inspanningsgebonden klachtenpatroon. Bij vrouwen is er vaak een diffuse atherosclerose over het gehele cardio(micro)vasculaire vaatbed. Het obstructieve vaatlijden is bij vrouwen veel minder aanwezig en uit zich pas op latere leeftijd. Bovendien neemt het cardiovasculaire risico bij vrouwen sterk toe na de  menopauze. Door het (abusievelijk) niet onderkennen van een cardiaal probleem bij vrouwen met klachten maar zonder obstructief vaatlijden, begint voor de vaak menopauzale vrouw een zoektocht in het medisch circuit naar de oorzaak van haar klachten. Door een vroegtijdige herkenning en erkenning van klachten en risicofactoren bij vrouwen tijdens de peri- en postmenopauzale levensfase kan er een daling worden bewerkstelligd van het sterftecijfer en een verbetering van de kwaliteit van leven van de vrouw. Deze tweede editie van Het Vrouwenhart biedt een praktische leidraad bij het zo vroeg mogelijk (h)erkennen en behandelen van cardiovasculaire risicofactoren. Daarnaast is het een pleidooi voor  het aanmoedigen en bewerkstelligen van een gezondere leefstijl waarbij meer lichaamsbeweging, samen met een gezond voedingspatroon, bij alle vrouwen in Nederland een belangrijk onderdeel vormen. Immers, 80% van hart- en vaatziekten kan met een gezonde leefstijl voorkomen worden, ook bij vrouwen!  

  • Dit boek helpt professionals in de ggz de patiëntveiligheid te optimaliseren. Dat is de ondergrens van kwaliteit: het voorkómen van schade door het handelen van een zorgverlener. En het is in het belang van patiënten, hun naasten én de zorgverleners zelf. Immers: hoe groter de veiligheid, hoe minder krassen op de ziel van ervaren psychiaters, psychologen of verpleegkundigen.

    Het aantal calamiteiten in de ggz is veel kleiner dan in de somatische zorg, maar er is wel degelijk kans op ongelukken. Daar liggen vaak verschillende redenen aan ten grondslag. De hulpverleningsrelatie tussen patiënt en professional is niet altijd eenduidig, er zijn vaak professionals vanuit verschillende disciplines betrokken en de omgeving maakt de problematiek soms nog extra complex.

    Vaak zijn de oplossingen ook complex. In de ggz zijn eenvoudige technische oplossingen immers niet voorhanden. We moeten het hebben van zorgvuldige samenwerking, goede afspraken over processen en optimale communicatie.

    Dit boek telt elf uitgewerkte ziektegeschiedenissen uit de ggz-wereld met incidenten of calamiteiten. Vaak hartverscheurend. Toch kunnen uit de bijgevoegde analyses zijn optimistische conclusies getrokken worden. Met alertheid en durf kunnen professionals vaak helpen om ongewenste uitkomsten te voorkomen.

    Psychiater Kleinsman en calamiteitenonderzoeker Kaptein ontleden de casuïstiek en trekken er aansprekende lessen uit. Daarbij baseren ze zich op internationaal veiligheidsonderzoek. 

  • Dit boek laat zien welke vooroordelen over criminele jongeren kloppen en met welke we beter kunnen afrekenen. Het maakt duidelijk hoe factoren als etniciteit, vrienden, opvoeding en woonplek de ontwikkeling van crimineel gedrag beïnvloeden. Het boek is geschreven voor studenten, beleidsmakers, juristen en professionals in de jeugdzorg.Jeugdige delinquenten beschrijft jeugdcriminaliteit aan de hand van interviews met hulpverleners, wetenschappers, juristen en jongeren. Ook geeft het uitleg over onderzoek, theorieën, programma's en methoden, en wisselt dat af met verhalen uit de advocatuur. Zo biedt het een brede blik op de complexiteit van delinquentie vanuit pedagogisch, psychologisch, sociaalwetenschappelijk en juridisch oogpunt. Jeugdige delinquenten geeft handvatten om de achtergronden van jongeren met een criminele carrière te begrijpen. Deze kunnen worden ingezet om jeugdcriminaliteit tegen te gaan. Het boek is te gebruiken als lesstof en te lezen als vakliteratuur of als populairwetenschappelijke literatuur voor lezers die geïnteresseerd zijn in, of betrokken zijn bij, delinquente jeugd.Merel van Dorp is journalist en sociaalwetenschapper, gespecialiseerd in risicojeugd en jeugdhulp. Strafrechtadvocate Semra Aytemur en voormalig strafrechtadvocate Nienke Swart (nu werkzaam als officier van justitie) beschrijven de jongeren die zij verdedigen in de rechtbank. 

empty