• Dit proefschrift gaat over gebiedsgericht voorraadbeleid van woningcorporaties. In dit proefschrift is te lezen hoe woningcorporaties komen tot samenhangende voornemens ten aanzien van de woningvoorraad in wijken en buurten en welke planningsbenaderingen ze hierbij gebruiken.
    Woningcorporaties hebben zich sinds hun verzelfstandiging in de jaren negentig van de vorige eeuw ontwikkeld tot maatschappelijke ondernemingen die zich inzetten op een breed werkterrein. Deze verandering zorgt voor een toegenomen complexiteit van de besluitvorming over de woningvoorraad van de corporaties. Het voorraadbeleid van woningcorporaties is veranderd van een beleid dat vooral gericht is op de fysieke pijler (woningen), op de primaire doelgroep en op de eigen portefeuille, naar een gebiedsgericht (voorraad)beleid dat zich kenmerkt door de samenwerking met andere partijen, de verbreding naar sociale en economische activiteiten en een (beleids)onderscheid tussen verschillende gebieden. De traditionele modellen voor strategisch voorraadbeleid zijn vaak niet aangepast aan deze ontwikkeling. Deze modellen houden onvoldoende rekening met gebiedskenmerken, waardoor de voorgestelde maatregelen niet vanzelfsprekend aansluiten op de gebiedsspecifieke problemen. Daarnaast is het beleid lastig uit te voeren, omdat de topdown-benadering van de modellen de werkelijkheid veronachtzaamt waarin meerdere, wederzijds afhankelijke actoren nodig zijn om beleid ten aanzien van de woningvoorraad te laten slagen.
    In dit proefschrift is daarom onderzocht welke planningsbenaderingen woningcorporaties hanteren bij het formuleren van gebiedsgericht voorraadbeleid in Vogelaarwijken.


  • Woningcorporaties en vastgoedontwikkeling, dat is een logische combinatie. Tenminste, het lijkt een logische combinatie. Woningcorporaties worden niet voor niets nog steeds vaak woningbouwverenigingen genoemd. Vastgoedontwikkeling is altijd één van de activiteiten geweest waar woningcorporaties mee bezig zijn geweest: woningen ontwikkelen voor een specifieke doelgroep, woningen renoveren en sinds de jaren `90 ook het investeren in ander vastgoed dan alleen woningen. Het is een dynamisch werkveld, de institutionele context van en rondom corporaties verandert continu en de markt is altijd in beweging.

    Woningcorporaties reageerden en reageren verschillend als deze bewegingen worden vertaald naar de activiteiten en hun manier van handelen in vastgoedontwikkeling. De aard en omvang van vastgoedontwikkeling is vanuit de context voor een groot deel te analyseren en te verklaren. Er is evenwel weinig inzicht in de manier waarop corporaties de opgave uitvoeren, terwijl de manieren die wel zichtbaar zijn sterk per corporatie verschillen. Dit roept verschillende vragen op:
    Waarom heeft de ene corporatie alles `in huis' georganiseerd en legt de andere corporatie alle verantwoordelijkheid voor ontwikkeling in handen van een derde?
    Waarom heeft de ene organisatie een aparte afdeling projectontwikkeling en de ander een team vastgoedontwikkeling binnen de afdeling vastgoed?
    Waarom verandert de manier van organiseren van projectontwikkeling binnen corporaties continu en ook nog eens in verschillende richtingen bij verschillende corporaties?
    Is het niet logischer dat woningcorporaties, met een op hoofdlijnen gezamenlijke doelstelling, inmiddels een goede manier van werken hebben ervaren en zich meer eenduidig volgens deze manier zouden kunnen organiseren?
    Dit issue van A+BE gaat in op de antwoorden van deze vraagstukken. Het vakgebied vastgoedontwikkeling voor woningcorporaties moet hiervoor in beeld gebracht worden.
    Wat gebeurt er nu daadwerkelijk in de dagelijkse praktijk? Waar treden problemen in - de organisatie van - vastgoedontwikkeling door corporaties op? Zijn woningcorporaties op dit moment wel `fit for use' om vastgoedontwikkeling uit te voeren?

empty